VEILIG IN ELKE VEZEL

tips en hulpmiddelen voor veilig en gezond werken in de asbestverwijdering

rsz_dd261115_bew.jpg

Veilig in elke Vezel 


Veilig in elke Vezel is een initiatief van VERASVVTB en Stichting Ascert om de (arbeids)veiligheid in de asbestverwijdering verder te verhogen door aandacht voor gedrag en cultuur in de bedrijven. Alle hier gepresenteerde middelen zijn gebaseerd op uitgebreid onderzoek in en over de branche en richten zich op de belangrijkste risico’s. Daarnaast maakt Veilig in elke Vezel zichtbaar dat asbestverwijderaars gaan en staan voor veiligheid. 


Meer lezen over de conclusies van het onderzoek? Download de  factsheet of lees hieronder de afzonderlijke conclusies.

Risicobewustzijn 


Het bewustzijn van de aard en de ernst van de risico’s van het inademen van asbestvezels is vaak te laag. Dit geldt voor DAV’ers , DTA’ers, management en opdrachtgevers (alsmede derden). Men kan de risico’s weliswaar reproduceren, maar ze zijn niet verinnerlijkt: ze worden niet 'gevoeld'. Dit beïnvloedt de motivatie om veilig en gezond te werken op een negatieve manier. Meer regels vormen hier geen oplossingen, beter bewustzijn wel.

  • de tijd tussen blootstelling en gezondheidsschade is enorm bij asbest. Korte termijngemak heeft bij de meeste mensen de overhand ten opzichte van lange termijn risico’s.
  • iedereen weet dat asbest gevaarlijk is, totdat men moet betalen voor een sanering. Dan moet een keuze gemaakt worden tussen de ‘onzichtbare’ risico’s voor de langere termijn en de kosten voor de korte termijn.
  • iedereen weet dat asbest gevaarlijk is, totdat men in eigen doen en laten ‘last’ ondervindt van asbestverwijdering (omwonenden en omwerkenden brengen regelmatig de veiligheid in gevaar).
  • medewerkers van voor 1993 zijn extra lastig te motiveren: ze denken dat het voor hen niets meer uitmaakt, maar vergeten hierbij hun voorbeeldrol.
  • het lage risicobewustzijn houdt zich door bovenstaande in stand, terwijl de verwijderaars de belangrijkste risicogroep voor aan asbest gerelateerde ziekten vormen.

Persoonscertificering


Exameneisen en opleidingen

Exameneisen (en daarmee ook de opleidingen) kunnen meer nadruk leggen op risicobewustzijn:

  • opleiding moet minder focussen op technische / kenniszaken en meer op risicobewustzijn (aard en ernst).
  • opleiding moet meer praktijkgericht worden en minder theoretisch.
  • focus op kwalitatief werk is veilig werk en vice versa.
  • eindtermen kritisch op vorm en inhoud beoordelen.

Kwaliteitshandhaving

  • elke 3 jaar een (pittig) examen realiseert onvoldoende parate kennis in de praktijk:veel DTA’ers en DAV’ers geven aan ‘NU’ het examen niet direct te halen; regelmatiger bijscholing verhoogt de actuele kennis en verlaagt de angst voor het examen.
  • er is een categorie personen die het certificaat duidelijk niet verdient maar wel behoudt. Er worden veel klachten gehoord over (met name) onveilig werkende uitzendkrachten die bij de meeste bedrijven dan ook zo weer op straat staan. Bij Ascert komen echter weinig meldingen binnen en er worden nauwelijks persoonscertificaten ingetrokken.


Regeldruk


Het is zeer moeilijk altijd aan alle regels te voldoen; er is geen duidelijke hiërarchie in echt belangrijke regels en minder belangrijke.

  • dit heeft deels te maken met het lage risicobewustzijn van de aard en ernst van de risico’s.
  • dit heeft deels te maken met de hoeveelheid regels. In die zin werken de regels zelfs contraproductief.
  • dit heeft deels te maken met de regels zelf, die niet altijd als praktisch / logisch /werkbaar ervaren worden.
  • mensen in de asbestverwijderende bedrijven staan inhoudelijk en gevoelsmatig niet achter elke regel. 
  • dit heeft deels te maken met derden die niet dagelijks met asbest in aanraking komen en er erg ‘luchtig’ over doen.

Rol en vaardigheden DTA


In de praktijk wordt van de DTA’er meer verwacht qua niveau en aantal taken dan op basis van zijn (korte) opleiding gerechtvaardigd is. 


Zo is hij is niet specifiek opgeleid als leidinggevende maar heeft hij wel een sturende rol op projecten. Vanuit zowel directie als opdrachtgevers ervaart hij veel druk. 


De DTA’er speelt een cruciale rol bij de veiligheid van saneringen: juist hij kan het verschil maken wat betreft veiligheid.






Imago en vakmanschap


Het huidige (externe) imago van de asbestverwijderaar heeft een negatieve invloed op het veiligheidsgedrag: je gedraagt je naar wat men over je zegt. Intern wordt ‘hard werken’ nog teveel gezien als vakmanschap in plaats van ‘veilig werken’.

Oneerlijke concurrentie


Er zijn bedrijven op de markt die concurreren op veiligheid (lees minder veilig werken, en daarmee een lagere prijs bieden). Je wel aan de regels houden kost tijd en dus geld.


Tijdsdruk


DAV’ers en DTA’ers ervaren veel tijdsdruk, door diverse redenen:

  • onvolledige / onjuiste inventarisaties.
  • onvoldoende beschikbaarheid laboranten en DIA’s.
  • er is veel werk: er kan al veel gewonnen worden door een betere voorbereidingen nabespreking.

Safety works until we get busy!


Andere risico's


Naast blootstelling aan asbestvezels zijn er ook andere risico’s in de branche:

  • werken op hoogte (valgevaar en door golfplaten zakken)
  • hand-arm trillingen
  • schadelijk geluid
  • kruipruimten 
  • fysieke belasting

Middelen en innovaties


Middelen zijn volop beschikbaar, maar worden niet altijd goed gebruikt. Een gebruiksvriendelijker middel leidt tot beter gebruik (denk aan de demontabele douche). Strikte normen staan innovatie in de weg.







Gezond en veilig werken


Hoe brancheorganisaties bedrijven tot gezond en veilig werken stimuleren



Mijn winkelwagen

U heeft nog niks in uw winkelwagen.